Geschiedenis

De Reyndersstraat is genoemd naar ridder Reynier vander Elst die in de jaren 1390-1398 meermaals schepen van Antwerpen en in 1406 markgraaf was. Aan de zijde van de pare nummers van de Reyndersstraat bezat hij een groot speelhof dat achtereenvolgens eigendom werd van de families Draeck en van Immerseel en Cornelis van Spangen. In 1547 kocht Gilbert van Schoonbeke dit eigendom aan om er de Vrijdagmarkt en de omliggende straten op aan te leggen.

Tot in de XVIde eeuw was de Reyndersstraat een achterstraat die de bevoorrading van een aantal belangrijke panden gelegen aan de Oude Koornmarkt en de Hoogstraat moest verzekeren. Dit uitte zich o.m. in de in die periode veelal gebezigde naam van de straat die gemeenzaam 'Haeghsteeg', naar de toenmalige herberg 'De Hage', nu te situeren Oude Koornmarkt 68-70, werd genoemd. Rond 1400 bevond zich aan de zijde van de Reyndersstraat die we nu beschouwen niet veel meer dan een paar kamerwoningen, een huis en dan vooral een gemeenschappelijke uitgang van een hele reeks huizen in de Hoogstraat en de Oude Koornmarkt.

Inderdaad, lang vooraleer de Pelgrimsstraat in de jaren 1530 werd getrokken gaf het schilderachtige gangenstelsel van de Vlaaikensgang al tussen de huidige nummers 23 en 25 uit op de Reyndersstraat. De Pelgrimsstraat zou trouwens dit gangenstelsel aanzienlijk verkleinen want ook binnen het huidige huizenblok Oude Koornmarkt-Pelgrimsstraat-Reyndersstraat waren er panden die via die gemeenschappelijke uitgang op de Reyndersstraat uitgaven met name De Kevye, nu te situeren Oude Koornmarkt 32-34, De Grote Gans, Oude Koornmarkt 38, De Tennen Pot, Oude Koornmarkt 66 en natuurlijk De Hage. Pas vanaf de late XVde eeuw zou de zijde van de onpare nummers van de Reyndersstraat geleidelijk aan volgebouwd worden, een proces dat zou afgerond worden in 1610 toen Thomas Gramaye, zoon van Jacob Gramaye die ontvanger-generaal van de beden in Brabant was geweest, wat overschoot van De Hage definitief volbouwde en verkavelde.
Het zou ons te ver leiden om in deze bijdrage deze evolutie volledig te beschrijven. We zullen ons beperken tot onderstaand overzicht van de authentieke namen van de huizen in de Reyndersstraat.

Commerciële activiteiten

Tot slot willen wij nog even aantonen hoezeer de bewoners van de Reyndersstraat nog op het einde van de XVIde eeuw in de verdrukking geraakten door allerlei, weliswaar illegale, commerciële aktiviteiten die plaatsgrepen in de marge van de Oude Koornmarkt. “Een aantal bewoners van de Reyndersstraat geven te kennen in een rekwest dat ondanks het feit dat alle straten vlot moeten kunnen gebruikt worden de Reyndersstraat zo vol ligt met hout en mest en vol staat met wagens, dat passanten er niet meer voorbij geraken en dat de bewoners niet meer buiten of binnen hun huizen kunnen; dit is ook een groot nadeel voor de winkeliers en bovendien wordt daar koren verhandeld, los van de normale korenmarkt en tegen de wetten en ordonanties van de stad in. De indieners van het rekwest vragen dat de stad ingrijpt en het arrest publiceert…”

Er kwam vanuit het stadbestuur een reactie: 
Men heeft onlangs vastgesteld dat menigeen van buiten de stad in de Reyndersstraat koren verkoopt buiten de wettelijke korenmarkt om en dus tegen de ordonanties en tot nadeel van de burgers van de stad. Bovendien heeft men vastgesteld dat de Reyndersstraat zo vol staat met allerlei wagens en dat de mensen die daar logeren alles overhoop zetten en een grote hoop mest en vuil achterlaten. Dit is in het nadeel van de bewoners en de winkeliers van de Reyndersstraat, en van de kooplui en de voorbijgangers. Al die vuiligheid veroorzaakt een grote stank die besmettelijke ziekten kan teweegbrengen.”

“De stad beveelt dat de voerlui niet met hun wagens in de Reyndersstraat mogen blijven staan maar zich naar de Oever dienen te begeven. De boete bedraagt vier guldens (nu ongeveer tienduizend frank) te verdelen één derde voor de heer (Hertog van Brabant: Fillips II) één derde voor de stad en één derde voor de politiekamer van de stad. Bovendien moeten de bewoners voor hun huis de straat kuisen op straf van drie gulden te verdelen als boven. De politiemeesters (sic) zullen hier op moeten toezien.”

Overzicht van de straatnaamevolutie

In 1399 bezit ridder Reynier vander Elst, gehuwd met Elisabeth van Moere een herenwoning aan de zuidzijde van de Haagstede, Het Reyneershof.
In 1402 vinden wij voor de straatnaam Reyneer van der Elststeghe, waarna die naam in 1406 wordt vervangen door Haagsteeg “één camere.... ghestaen in de Haegsteghe”. Soms wordt de straat ook vermeld als “het straetken daer men gaet ten Sint Mertensstraetewaerts” waarbij men bedoelt de straat die loopt naar de Vlasmarkt. In 1434 wordt deze benaming gebruikt om het hoekhuis met de Korte Kammerstraat “‘t Swyncken” te situeren. Een schepenakte uit 1459 vermeldt dat de afspanning “Den Rooden Leeuw” gelegen aan de Kammerstraat 4 (de huidige parkeergarage) zijn toegang tot de binnenplaatsen, stallingen enhoven in de Reyneersteghe heeft. In 1478 wordt de straat Reyeersteghe, in 1552 wordt dit Reynerstrate en in 1558 komt de d er bij en vinden wij Reynderstrate. Een overlijdensakte uit 1750 verbastert de naam tot Renderstraet waardoor de republikeinen (waarschijnlijk) de naam verfransen tot rue des Rentiers vertaald als Rentenierstraat. In 1801 wordt de Reynderstraat als straatnaam gebruikt tot wij in 1833 plots de naam rue de l’Elan (Rendierstraat) vinden. De huidige straatnaam wordt gegeven in 1841 waarbij men (na de overbodige d) de genitief s toevoegt en de straat Reyndersstraat wordt genoemd.

Gegevens uit Mertens en Torfs Van Honacker

Ivan De Rijck